Advent (2025-4)

Als we met de eerste advent beginnen met de Schriftlezingen van het jaar A dan gaan onze schriftlezingen in het begin over het einde der tijden.
Ik vond dat vroeger altijd een beetje tegengesteld aan mijn gevoel; ik verbind de adventstijd eigenlijk zelf altijd meer met gezelligheid, met huiselijkheid, met samen met vrienden en familie zijn en sinds ik in Nederland leef ook met Sinterklaas.
Maar de eerste Schriftlezingen in de advent brengen ons ook op andere gedachten:
Uiteindelijk zal de Heer alle volkeren verzamelen.
Hij zal over ons oordelen en ons in vrede doen samenwonen.
Ons heil is nabij. Wij mogen in deze tijd van het jaar namelijk in het bijzonder uitzien naar de komst van de Zoon des Mensen, Jezus Messias.
Wij leven als het ware in een tussentijd.
Eenmaal, zo weten we sinds het optreden van Jezus, komt er een tijd dat God zijn bemoeienissen met deze wereld zal bekronen en dat al de beloftes die Hij aan ons – zijn volk onderweg – gaf, zal vervullen.
Door Jezus zal Hij oordelen en rechtspreken. Tot de ene groep zal Hij zeggen:
Komt, gezegenden van mijn Vader, en ontvangt het Rijk dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld.
En tot die aan Zijn linkerhand zal Hij zeggen:
Gaat weg van mij!
De een wordt meegenomen en de ander wordt achtergelaten.
Dat gebeurt niet zomaar willekeurig. Als een voetbaltrainer voor een belangrijke wedstrijd een keuze moet maken tussen twee spelers, dan zal hij diegene kiezen die het best in zijn aanvallende of verdedigende tactiek past.
Ook voor God gelden waarschijnlijk criteria.
Een puur beroep op Hem is waarschijnlijk niet voldoende.
Hebben we geluisterd naar de stem van diegenen die een beroep op ons deden in hun nood?
Hoe hebben we gereageerd toen wij mensen tegen het lijf liepen die hongerig of dorstig waren?
Wat hebben we gedaan met de vreemdeling voor onze poorten ?
Wat hadden we over voor de mens die beroofd van alles naar ons land kwam?

Jezus leefde vaak tussen mensen aan de rand van de samenleving. Hij ging om met zieken, met zwakken, met verwarden, met mensen die het hoge tempo van de gewone wereld niet meer konden bijbenen.
De wederkomst van Jezus zal onverwacht gebeuren.
Hij zal komen als een dief in de nacht.
Een inbraak gebeurt altijd onverwacht en is een enorme inbreuk in je privacy. Er is bijvoorbeeld niet alleen geld verdwenen maar ook een mooie foto van je kinderen. Zou je het van tevoren weten dan zou je zeker wakker blijven, zegt Jezus.
Op dezelfde wijze moeten we alert zijn op de komst van Jezus.
Daarom willen de lezingen ons aansporen om met goede dingen bezig te zijn. Wij kunnen niet, zoals de mensen ten tijde van Noach, doen alsof er niets aan de hand is.
Ogenschijnlijk lijkt dat wel zo.
Alles gaat immers gewoon door, niemand heeft de indruk dat er een grote zondvloed voor de deur staat. Wij hebben ons natje en ons droogje, wij vinden het allemaal tamelijk vanzelfsprekend. We leven, we gaan uit, we volgen het gewone doen totdat er soms ineens iets gebeurt waardoor we niet meer weten war we het moeten zoeken.
De wereld is te klein.
Ons probleem lijkt ons te overspoelen.
Hoe moet je dan staande blijven en hoe moet je je hoofd boven water houden?
Het blijkt dan dat we te weinig vaste grond onder de voeten hebben.
Dingen verkeerd gedaan, mensen van je vervreemd.
Niemand is er zeker van dat zoiets in zijn leven nooit zal gebeuren, sommigen is het reeds overkomen.
Een ingreep in je leven is altijd mogelijk. Het feit dat je beproefd kunt worden op je echtheid is altijd actueel. Zo is het ook met het Oordeel en met de komst van de Zoon des Mensen, Jezus Christus. Dat is niet iets dat je kunt verschuiven naar later als het iets beter uitkomt.
Wij leven hier en nu, in 2025 in Haarlem en omstreken.
Het is dus van groot belang dat we ook hier en juist hier en nu bezig zijn met het opbouwen van het koninkrijk van God. Als God ons tegemoet komt om met ons te zijn dan moeten ook wij in ons werken en leven Hem tegemoet gaan.
Door het doen van gerechtigheid.
Door te delen, door met de zwakkeren voorzichtig te zijn, door de buurvrouw iets voor te lezen als zij alleen is.

Waar mensen onderweg zijn naar de Heer, naar de stad van vrede, daar zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers, hun speren tot sikkels. Niemand zal zijn wapen nog gebruiken om een ander te doden of te verminken.
Als we bij Jesaja horen van de ideale droomwereld van God, en we kijken om ons heen, dan zullen we merken dat er nog een boel moet veranderen.
Het lijkt er nog lang niet op.
Er is echter hoop.
Na de zondvloed werd de mensen een regenboog aangewezen ten teken van het nieuwe verbond tussen God en zijn mensen. Nooit meer zou zo’n verwoesting de wereld treffen, beloofde God.
God zal het altijd weer met ons proberen.
Gedurende de komende vier adventsweken willen we ons op de komst van het geboortefeest van Jezus voorbereiden.
Met hem wilde God een nieuw begin maken.
God heeft ons nooit laten vallen. Onder de regenboog leven wij allen, niet alleen wie sterk is, machtig en krachtig.
De nacht van het zwartkijken loopt ten einde, de dag breekt aan.
Laten we ons wapenen met het licht, zegt de apostel Paulus ergens in navolging van Jesaja.
Laten ook wij daarom wandelen in het licht van de Heer.
Of om het anders te zeggen:
Daarom weest ook Gij bereid,
want de Zoon des Mensen zal komen op een uur,
dat Gij niet verwacht.

Ik wens ons allen een goede en gezegende tijd van voorbereiding op het hoogfeest van Kerstmis.

Robert Frede, pastoor