Er is veel buitenkant die geen weerspiegeling is van de binnenkant. Er is veel schijn, die verhult wat er innerlijk diffuus is of zelfs rot.
Je buitenkant belichten en de binnenkant verhullen, daar zijn velen sterk in, misschien wij ook wel…
Mooie succesverhalen, stoere taal, jezelf voor het voetlicht brengen ten koste van anderen, soms heel subtiel en geraffineerd.
Je merkt het meestal eerder op bij anderen, maar als ik eerlijk in de spiegel kijk, betrap ik me er zelf ook op.
In de veertigdagentijd, de vasten, gaat het om aandacht voor de binnenkant:
wat leeft er in jou?
waar raak je aan de kern?
wat is het hart van je geloven?
waar sta jij voor als christen?
De vastentijd is een periode van inkeer, naar binnen keren, introspectie; niet van navelstaren want dan blijf je nog aan de buitenkant.
Het is een tijd van stil worden, tijd nemen voor bezinning, innerlijk ruimte maken voor meditatie.
In de stilte kun je op adem komen, luisteren naar je adem en hartslag…
Vasten begint met loslaten. Alles wat aangekoekt is, wat je aan teveel met je meezeult: valse ideeën, modieuze gedachten, teveel aan geld en eigenwaan.
Alles waar je aan vastzit loslaten om te ontdekken wat er dieper in je leeft, wat je werkelijk raakt en beweegt.
Uit welke bronnen put je levenskracht?
Hoe ga je om met je krachten en met je grenzen? Hoe ben je trouw aan je verlangens?
Wie is God voor jou?
Hoe verhoud je je tot de Eeuwige? Laat je je door zijn woord raken?
Mag zijn of haar woord je ook kritisch bevragen?
De profeten en Jezus van Nazareth zetten ons bij het vasten op het spoor van de binnenkant.
Vasten doe je niet om te scoren in zelfkastijding of om anderen te laten zien hoe goed je bent in zelfopoffering. Het gaat erom je te keren of toe te keren naar God en je hart te richten op de Eeuwige. Het gaat er om innerlijk te sporen met God, die rechtvaardig is en gerechtigheid ziet als het hart van geloven en (samen)leven.
Als je vasten niet leidt tot rechtvaardiger omgaan met de arme, tot meer gerechtigheid zoals eerlijker delen van je vermogen en bezit, als je vasten niet leidt tot beter omgaan met klimaat en milieu, als vasten niet leidt tot waarachtige omkeer in je doen en laten dan stelt dat vasten niets voor. Dan kun je het beter niet doen.
Waarachtig vasten doet iets wezenlijks met jou en heeft gevolgen voor je manier van kijken en omgaan met het leven: oprechter, waarachtiger, meer in overeenstemming met zoals je bedoeld bent.
Jezus stelt dat het ware bidden en vasten in het verborgene gebeurt: je terugtrekken in je binnenkamer om op het spoor te komen van het wezenlijke:
dat in je gebed niet jij steeds aan het woord bent, maar de Eeuwige tot jou kan spreken, je geweten kan hervormen, zijn of haar licht laat schijnen over de gerechtigheid die nodig is.
We ontvangen met de as een uiterlijk teken.
Het is geen teken om te laten zien: kijk mij eens vasten!
De as is allereerst een teken van vergankelijkheid: ‘Bedenk mens, dat je van aarde bent, stof van de aarde, en dat je tot aarde, tot stof, zult terugkeren.’
Het is een teken dat ons richt op de aarde, waaruit we voortkomen en waarnaar we terugkeren. Het is een teken dat tot nadenken en bezinning stemt.
In die bezinning kan misschien ook het beeld doorwerken dat onder de as eerst een vuur gebrand heeft…
We ontvangen denkbeeldig in de as ook het vuur eronder, vuur dat je loutert en je ware zelf doet ontdekken, innerlijk vuur dat jou en mij verwarmt – in de beperkte levenstijd ons toegemeten – vuur waarmee je ook anderen kunt verwarmen.
Ik wens ons allen een zinvolle en goede veertigdagentijd toe in voorbereiding op het hoogfeest van Pasen.
Robert Frede, pastoor
