Hoe ouder je wordt, hoe meer herinnering je meedraagt (2026-1)

Ik weet niet of u dat ook hebt, ik denk het wel maar misschien niet zo vaak.
Op sommige momenten moet ik altijd sterk terugdenken aan gebeurtenissen uit mijn leven, die sterk hebben geleken op wat zich nu afspeelt of in elk geval aanleiding geven om daaraan terug te denken.
Ik had dat sterk bij de winterse periode rond de jaarwisseling, toen de weersomstandigheden aanleiding gaven tot verzuim in kerkbezoek, omdat het nemen van dat risico toch aanleiding gaf ervan af te zien. Ik moest toen erg terugdenken aan de winter van 1962-1963 en gek genoeg, weet ik nog heel precies hoe die winter zich afspeelde. Heel Nederland herinnert zich nog de Elfstedentocht, die Reinier Paping won en waarbij de meeste deelnemers halverwege van het ijs werden gehaald, omdat de tocht te zwaar was en het halen van de finish onmogelijk werd beoordeeld.

Ik heb een speciale herinnering aan de nieuwjaarsdag en wel om een bijzondere reden. Het fanfarekorps Eensgezindheid uit Egmond-Binnen vierde haar vijftigjarig jubileum met een feestmis om 12.00 uur in de Adelbertuskerk van Rinnegom. Maar, de weg naar Rinnegom was bedekt met een metershoge sneeuwwal. De enige manier om er te komen was lopen. Anderhalve kilometer over de sneeuwbergen en omdat het corps zelf voor de muzikale ondersteuning zou zorgen, moesten de leden hun instrument meenemen. Zo stampte dus het hele gezelschap naar de kerk, een prachtig gezicht maar tegelijkertijd een onwezenlijke onderneming. Inderdaad, Egmond-Binnen was toen een hele week geïsoleerd van de buitenwereld.

Ik heb die dag mijn debuut gemaakt als columnist, omdat ik vond dat er verslag gemaakt moest worden van dat jubileum maar ook wel zag dat de man uit Egmond aan den Hoef niet in staat zou zijn de feestelijkheden te bezoeken. Ik nam dat graag van hem over en op 2 januari heb ik telefonisch mijn verslag doorgebeld en dat verscheen in de krant van 3 januari. Het was mijn eerste artikel in het Noordhollands Dagblad, een driekolommer met een katern ernaast. Ik denk daar nog heel vaak aan terug.

Zo zijn er nog talrijke andere gebeurtenissen en ieder van ons heeft van die herinneringen. Ze zijn belangrijk geweest in ons leven en hebben het mede kleur gegeven. Je zou er een boek over kunnen schrijven en ik denk dat het de moeite waard is om zo’n boek te schrijven.

Wat die winter van 62-63 betreft nog één detail. De dooi viel pas in op 8 maart en ook toen waren de wegen onbegaanbaar, nu vanwege een enorme ijsvloer vanwege de opvriezende regen. De vorst zat een meter diep in de grond en zelfs met Pasen lag er nog sneeuw langs de weg. Ondanks dat de economie die eerste weken heeft stil gelegen, werd het economisch toch een topjaar. Het werd een jaar om nooit te vergeten. Zoals nu blijkt. Ik wens ons allen een topjaar toe.

Jan Sentveld