Liturgische houdingen en gebaren (2026-3)

Is er een antwoord op ‘Hoe heurt het eigenlijk?’
Eerder dit jaar hebben we gesproken over de liturgische houdingen tijdens de dienst en waren er wat verschillen van inzicht onder de parochianen.
Om iets meer duidelijkheid hierover te geven, bleek een antwoord dichterbij dan gedacht. In de sacristie lagen namelijk de liturgische gebruiken, bestaande uit vijf deeltjes en opgesteld door Bernd Wallet, nog lang voordat hij aartsbisschop van onze oud-katholieke kerk werd. Dank aan Menno die ons erop attent maakte! 

Er zijn geen echt bindende regels voor het gebruik van houdingen, iets dat ook desgevraagd wordt bevestigd door Matthijs Ploeger, zoals u weet, rector van het oud-katholiek seminarie.  


Staan.
Tijdens het grootste gedeelte van de dienst bij de kerken in het westen, zit men, bijvoorbeeld tijdens de preek, en de eerste en tweede lezing. Bij het binnenkomen van de priester, bij het lezen van het evangelie, de geloofsbelijdenis en het eucharistisch gebed gaan we staan. Het is een teken van respect, minder een gebedshouding.  


Knielen.
Knielen is sinds de Middeleeuwen de gebedshouding bij uitstek, en komt voort uit Filippenzen, 2.9, “dat iedere knie zou buigen etc”. Het drukt onderwerping uit en kwetsbaarheid, erkennen dat God je meerdere is. Bij ons knielen mensen bij de schuldbelijdenis, het kyrie, de voorbeden, het eucharistisch gebed, de communie, en het gebed erna. Er is dus een overlap; een aantal onderdelen van de liturgie kun je  twee dingen doen: staan of knielen. Met mijn lange dunne lijf, vind ik staan zelf wat makkelijker.

Buigen.
Buigen is net als knielen een vorm van eerbetoon. Bij ons wordt gebogen met het hoofd bij de woorden ‘En hij is mens geworden’ in de geloofsbelijdenis en bij het bewieroken van de gemeente. Een diepe buiging zien we als men langs het tabernakel loopt, bijvoorbeeld als een kerkbestuurslid voor de dienst de afkondigingen gaat doen. Tenslotte het op de borst slaan en dit is heel wat anders dan de zegswijze van ‘het op de borst kloppen’. Het is
een openbare boetedoening en wordt gedaan bij het vlak voor de communie uitspreken van ‘Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt…’. 


Vredegroet.
Hierbij wil je de vrede die Christus gegeven heeft aan elkaar doorgeven vlak voor het aanbieden van de gaven, de collecte. Het is ook een vorm van verzoening, indien nodig, voortkomend uit Matheus 5.23, ‘Ga u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw gaven aan te bieden’. 
Al deze houdingen hebben een symboliek die voor buitenstaanders in deze
tijd van individualisme en trots zijn op wie je bent, problematisch kan zijn.
In het geloof erken je echter dat er een hogere macht is, en hoe verfrissend en geruststellend is het dan om ook in een lichaamshouding uit te drukken dat de wereld niet in de eerste plaats om onszelf draait. Het zijn betekenisvolle aspecten in onze liturgie die op bepaalde punten ook nog multi-interpretabel zijn, soms mag je best eens staan of knielen. 


Joep Beneken Kolmer